Onderwerp WAO omhoog voor wie meer dan 38 uur werkte.Maandag 23 Juli 2007 
Doorjuridisch adviseur NVVR
Ik had dit berichtje al drie maanden geleden willen plaatsen, maar ben er niet aan toegekomen. Mijn excuses - Maar beter laat dan nooit.

In maart van dit jaar heeft de Centrale Raad van Beroep namelijk een uitspraak gedaan over het berekenen van het inkomensverlies bij met name zelfstandigen (maar het is ook van toepassing op hen die in loondienst meer dan 38 uur werkten). Een probleem dat bij die groep speelt is dat hun winst veelal werd bereikt door meer dan 38 uur per week te werken. Een werkweek van vijftig uur is vaak geen uitzondering bij zelfstandigen.

Het UWV maakte hier "gebruik van" door bij de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid de behaalde winst te delen door 52 (aantal weken in het jaar) en vervolgens door het aantal in een week gewerkte uren. Als je - bij vijftig gewerkte uren per week - door vijftig deelt, kom je uiteraard aan een lagere inkomsten per uur dan wanneer je deelt door 38: Als iemand een winst haalde van 800 euro per week, is dat bij vijftig uur werken immers maar 16 euro per uur, en bij 38 uur 21,05 euro.

Na een keuring ontvang je een WAO-besluit, waarin functies worden geduid, de uurloonwaarde waarvan ook weer is gebaseerd op die 38 uur. Er wordt dan bijvoorbeeld gesteld dat je (theoretisch) nog als brugwachter of als receptionist kunt werken, en daarmee een uurloon van 9,50 euro kunt verdienen.

De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vervolgens bepaald door het vroegere uurloon (die 16 euro) te vergelijken met die 9,50 euro die je tehoretisch nog kunt verdienen, wat vervolgens leidde tot een mate van arbeidsongeschiktheid (loonverlies) van 6,50/16 ofwel 40%, en dus een mate van arbeidsongeschiktheid van 40%.

Dat is onjuist, zo zegt nu ook de CRvB (in navolging van eerder de rechtbanken Breda en Rotterdam): Uitgangspunt moet het inkomensverlies zijn, en je moet dan niet uitgaan van dat uurloon van 16 euro, maar je moet doen of die winst ook met 38 uur werken is behaald, en dus uitgaan van een eerder uurloon van 21,05 euro. Het loonverlies is dan opeens veel groter geworden, en dus ook de mate van arbeidsongeschiktheid.

Wie tijdig bezwaar had gemaakt op dit punt (zoals onder andere ik in gevallen waar zich dit voordeed) won dus die procedure, en bereikte in elk geval dat de mate van arbeidsongeschiktheid en de uitkering hoger werd, en wel met terugwerkende kracht tot begin uitkering. Dat kon aardig oplopen, want een procedure tot en met de CRvB duurt vaak wel een jaar of twee drie, of soms nog langer.

Maar er zij er ook - en vast ook onder de leden van de NVVR - die geen bezwaar maakten, of dat (naar nu blijkt) ten onrechte afgewezen zagen. Zij dienen een herzieningsverzoek in te dienen bij het UWV, en daarbij te verzoeken het oorspronkelijke besluit te willen herzien op grond van feiten en omstandigehden die ten tijde van het nemen van het besluit niet bekend waren (de CRvB redeneerde voorheen anders over die uurloonvergelijking), en die, als zij bekend waren geweest, tot een ander uitkomst hadden geleid. Of in al die gevallen ook zover wordt terug gegaan dat alle jaren waarin een te lage uitkering werd betaald alsnog worden uitbetaald, is niet zeker. Min of meer standaard gaat UWV bij herzieningsverzoeken maar een jaar terug, maar daar is soms nog wel een mouw aan te passen.

Voor wie het aangaat (en dat zijn dus degenen die in het vereleden meer als 36 of 38 uur werkten) is het dus van belang na te gaan of een andere berekening van het uurloon tot een hogere uitkering had geleid, en deze herziening aan te vragen.

Juridisch adviseur